Home / Thema's / Woonaccessoires
Thema 01
Woonaccessoires: de laatste laag van een interieur
Een decorateur levert een ruimte af met geschilderde muren, een gelegde vloer en gordijnen die hangen. Toch oogt zo'n ruimte pas af wanneer de laatste laag erop ligt: het textiel, het servies op de kast, de mand naast de zetel, het tapijt onder de tafel. Die laag heet in de vakwereld de styling en ze bepaalt meer van de sfeer dan menigeen vermoedt.
Waarom de laatste laag zo zwaar weegt
Muren, vloer en plafond vormen samen het grootste oppervlak van een kamer, maar het oog blijft niet aan vlakken hangen. Het oog zoekt contrast, textuur en herhaling. Een linnen kussen op een wollen zetel, een keramische schaal op een eiken tafel, een katoenen plaid over een leren stoel: precies daar ontstaat het gevoel dat iemand hier woont.
Decorateurs noemen dit de gelaagdheid van een interieur. Elke laag voegt een materiaal, een tint of een structuur toe. Een ruimte zonder die lagen voelt als een toonzaal. Een ruimte met te veel lagen voelt als een rommelmarkt. De kunst zit in het midden.
Beginnen bij het palet
Wie woonaccessoires koopt zonder plan, komt thuis met een verzameling die niet bij elkaar past. Een eenvoudig hulpmiddel is een palet van drie tinten: een basistint die de grote vlakken volgt, een tweede tint die daar rustig naast staat en een accenttint die maar op enkele plekken terugkomt.
Een woonkamer met zandkleurige muren en een eiken vloer krijgt bijvoorbeeld gebroken wit als basis, olijfgroen als tweede tint en roestbruin als accent. Kussens in olijf, een plaid in roest, een vaas in gebroken wit. Alles wat buiten dat palet valt, blijft in de winkel. Dat klinkt streng, maar het is de reden waarom ingerichte huizen in tijdschriften zo rustig ogen.
Groot naar klein
De volgorde van aankopen doet ertoe. Eerst het tapijt, want dat bepaalt de zone en de kleurtoon van de hele hoek. Daarna de gordijnen, de grootste textielvlakken in de kamer. Vervolgens de kussens en plaids op zitmeubelen. Pas dan komen de kleine voorwerpen: kandelaars, schalen, kaders, boeken.
Wie andersom werkt, koopt een prachtige schaal en zoekt daar een tapijt bij. Dat lukt zelden. Het tapijt is duurder, groter en bepalender, dus het tapijt komt eerst.
Over dat tapijt: een klassieke fout is een te klein exemplaar dat als een eiland midden in de kamer ligt. Een tapijt onder een zithoek hoort minstens onder de voorpoten van alle zitmeubelen te liggen. Onder een eettafel hoort het tapijt zo groot te zijn dat een achteruitgeschoven stoel er nog op staat.
Tafel en keuken tellen mee
Woonaccessoires beperken zich niet tot de woonkamer. Servies, glaswerk, placemats en een bestekset zijn evengoed decoratie, zeker in een woning met een open keuken waar de tafel het middelpunt is. Een stapel borden in een rustige tint op een open rek werkt als een stilleven. Hetzelfde geldt voor voorraadpotten, een broodplank of een mooie waterkan.
In de badkamer en slaapkamer geldt dezelfde logica. Handdoeken in een tint uit het palet, een dekbedovertrek dat aansluit bij de gordijnen, een badmat die niet vloekt met de tegels. Kleine keuzes, groot effect.
Waar decorateurs hun accessoires halen
Voor de laatste laag van een interieur kijken veel decorateurs in Vlaanderen naar Salins Home, een winkel in Heusden-Zolder met een webshop op https://salinshome.be/. Het aanbod loopt van tafel en keuken tot badkamer, slaapkamer en decoratie, met merken als PIP Studio, Heritage en Karaca. Handig aan zo'n breed aanbod is dat een volledig palet bij een leverancier te vinden is, van servies tot kussens, waardoor de tinten op elkaar afgestemd blijven.